Wat hebben België en Portugal gemeen? Ik herinner me een
Belgische (tweetalige) keeper met krullen die het bij Benfica naar zijn zin had,
bij Sporting een Belgische trainer wie het minder goed verging. Over de ene
wordt gezwegen omdat het te lang geleden is, over de andere omdat er weinig
positiefs te vermelden viel. Exit voetbal.
In deze crisistijd zijn er de verpleegkundigen en ingenieurs. Advertenties in Portugese kranten vragen de
eersten om te gaan werken in Alemanha,
Holanda en Bélgica. De VDAB organiseert een beurs in Lissabon om de ingenieurs
naar België te krijgen. Hier is er een tekort aan ingenieurs, ginder een tekort
aan werk. De taal in het bedrijfsleven is Engels, dus het kan gemakkelijk. Het
moeilijkste is familie en vrienden achter
te laten. De verpleegkundigen en verzorgenden krijgen intensief Nederlandse les.
Ze komen dan in pakweg het Kortrijkse
terecht waar ze collega’s om vertaalhulp vragen: Ik begrijp niet, patiënte X zegt iets van pijn. Pijndepis.
Welk pilletje moet ik haar geven? Geen
pilletje, doe maar een sneetje peperkoek. Een mens zou heimwee krijgen naar
het Hier spreekt men Nederlands van professor
Florquin. Ach, de grenzen van de taal.
In de Portugese kranten van de afgelopen weken, merkte ik ook een hoge waardering voor het Belgische stripverhaal. Elke editie van de Jornal de Letras had het wel over een belga die steengoede BD’s (aka strips) tekent. Franquin, natuurlijk, met Robbedoes die ze hier ook Spirou noemen, maar nog meer lof voor François Schuiten en zijn machtige stoomlocomotief die hier A doce (La Douce)heet.
In de Portugese kranten van de afgelopen weken, merkte ik ook een hoge waardering voor het Belgische stripverhaal. Elke editie van de Jornal de Letras had het wel over een belga die steengoede BD’s (aka strips) tekent. Franquin, natuurlijk, met Robbedoes die ze hier ook Spirou noemen, maar nog meer lof voor François Schuiten en zijn machtige stoomlocomotief die hier A doce (La Douce)heet.
Weer naar de beginvraag. Met een mogelijk antwoord. Is een
kolonie in Afrika een gemeenschappelijk punt? Dat zou kunnen. De ervaren
Portugese ontdekkingsreizigers verlegden hun ontdekkingsroutes naar Afrika en
raapten wat er te rapen viel. Opper-Belg Leopold II huurde iemand in om voor
hem op ontdekking te gaan. Rapen kon hij zelf. Aan ons, zijn onderdanen, liet
hij de schaamte.
Zondag overtuigden de Portugezen mij ervan dat ze zich minder hoeven te schamen dan wij. Zij gaven ook wat terug, iets van een andere orde dan een Afrika-museum in Tervuren. Zondag liep ik in Lissabon het Gulbenkian-museum binnen (jaja, voor de n-de keer, ik kan het niet laten) gelokt door 360°, een tentoonstelling over de Portugese ontdekkingsreizen en de invloed ervan op de wetenschap. Zoals ik al zei, van koloniale geschiedenis gaat een Belg doorgaans wat ongemakkelijk verzitten op zijn stoel. Ons koloniale verleden in Afrika mag dan al miniem zijn in vergelijking met wat de Iberiërs zoal in de wereld uitrichtten, de balans is er niet minder negatief om. De tentoonstelling in het Gulbenkian wil het met dat koloniale verleden over een andere boeg gooien. De focus wordt er gericht op de vooruitgang die erdoor gemaakt werd, niet het minst omdat de Portugezen de zich uitbreidende wereld in kaart brachten. Ze toont hoe dankzij de ontdekkingsreizigers en hun minutieus opgetekende ervaringen op zee en in de kolonies het traditionele en vaak fantasievolle Europese denken een elektrische schok kreeg waardoor de wetenschap van de weeromstuit empirisch en met sprongen vooruit holde. De eenhoorn en andere fabeldieren werden sinds die tijd niet langer gesignaleerd. De tentoonstelling liet zien hoe de kaarten groeiden. Niet alleen die van de aarde en de zeeën, ook die van de wereld erboven, de sterren, gps-toestellen van het noordelijk en zuidelijk halfrond. Portugese zeevaarders, scheepspiloten en reizende wetenschappers tekenden pennentrek na pennentrek zee- en landkaarten, beschreven notitie na notitie onbekende planten en dieren en tekenden ze uit. Het slimme ervan was dat alles in de volkstaal gebeurde, zodat iedere zeevaarder die kon lezen, er zijn voordeel mee kon doen en er verder op bouwen.
Zondag overtuigden de Portugezen mij ervan dat ze zich minder hoeven te schamen dan wij. Zij gaven ook wat terug, iets van een andere orde dan een Afrika-museum in Tervuren. Zondag liep ik in Lissabon het Gulbenkian-museum binnen (jaja, voor de n-de keer, ik kan het niet laten) gelokt door 360°, een tentoonstelling over de Portugese ontdekkingsreizen en de invloed ervan op de wetenschap. Zoals ik al zei, van koloniale geschiedenis gaat een Belg doorgaans wat ongemakkelijk verzitten op zijn stoel. Ons koloniale verleden in Afrika mag dan al miniem zijn in vergelijking met wat de Iberiërs zoal in de wereld uitrichtten, de balans is er niet minder negatief om. De tentoonstelling in het Gulbenkian wil het met dat koloniale verleden over een andere boeg gooien. De focus wordt er gericht op de vooruitgang die erdoor gemaakt werd, niet het minst omdat de Portugezen de zich uitbreidende wereld in kaart brachten. Ze toont hoe dankzij de ontdekkingsreizigers en hun minutieus opgetekende ervaringen op zee en in de kolonies het traditionele en vaak fantasievolle Europese denken een elektrische schok kreeg waardoor de wetenschap van de weeromstuit empirisch en met sprongen vooruit holde. De eenhoorn en andere fabeldieren werden sinds die tijd niet langer gesignaleerd. De tentoonstelling liet zien hoe de kaarten groeiden. Niet alleen die van de aarde en de zeeën, ook die van de wereld erboven, de sterren, gps-toestellen van het noordelijk en zuidelijk halfrond. Portugese zeevaarders, scheepspiloten en reizende wetenschappers tekenden pennentrek na pennentrek zee- en landkaarten, beschreven notitie na notitie onbekende planten en dieren en tekenden ze uit. Het slimme ervan was dat alles in de volkstaal gebeurde, zodat iedere zeevaarder die kon lezen, er zijn voordeel mee kon doen en er verder op bouwen.
Van voetbal naar cartografie en wetenschap? Ga je niet wat
kort door de bocht, hoor ik de verstandige lezer denken. Wacht, ik navigeer nog even naar een youtube-filmpje
dat iemand me toestuurde. In het filmpje verklaart een negenjarige waarom
baseball – en ik trek de lijn door naar ons voetbal – zo belangrijk is voor de mensen. Omdat het spanning
brengt, zegt hij, en omdat spanning iets is wat meestal ontbreekt in ons leven.
Misschien moeten we onze kinderen minder naar het voetbal brengen en wat meer naar de sterrenwacht of tekenles, desnoods naar het Gulbenkian. Zodat ze met open ogen op zoek gaan naar spannende dingen en daar iets mee gaan doen. Tekenen, met een geduldige pen. Schrijven, zin na zin. Onderzoeken en ontdekken. Zoals Garcia de Orta zei: ‘Wat we vandaag niet weten, weten we morgen wel.’ Morgen is van onze kinderen. Aan ons ervoor te zorgen dat ze ontdekken hoe je tot weten komt. Misschien krijgen we zo meer wetenschappers en ingenieurs (m/v).
Misschien moeten we onze kinderen minder naar het voetbal brengen en wat meer naar de sterrenwacht of tekenles, desnoods naar het Gulbenkian. Zodat ze met open ogen op zoek gaan naar spannende dingen en daar iets mee gaan doen. Tekenen, met een geduldige pen. Schrijven, zin na zin. Onderzoeken en ontdekken. Zoals Garcia de Orta zei: ‘Wat we vandaag niet weten, weten we morgen wel.’ Morgen is van onze kinderen. Aan ons ervoor te zorgen dat ze ontdekken hoe je tot weten komt. Misschien krijgen we zo meer wetenschappers en ingenieurs (m/v).
